Tijdrijden, hoe doe je dat eigenlijk ?

Veel wielerclubs organiseren aan het eind van hun seizoen een tijdrit voor alle leden. Op een min of meer verkeersluw parcours mag iedereen strijden om de snelste tijd. Maar hoe pak je zo iets aan? En wat kun je eventueel aan je materiaal aanpassen om een paar kostbare seconden te winnen?

Parcours kennis

Heel belangrijk bij het rijden van een goede tijdrit is parcourskennis. Weet hoe het parcours in elkaar zit. Ken elke bocht. Weet waar bijvoorbeeld steentjes op de weg kunnen liggen, waar de drempels liggen en waar eventueel een heuveltje/bergje is. Zorg dat je het parcours een paar keer gereden hebt en dat je ook weet hoe het parcours rijdt bij een nat wegdek. Als je de afstand van het parcours kent, weet je tijdens de tijdrit precies hoe ver je bent en hoe ver je nog moet. Zo kun je beter je krachten indelen.

Indeling

Het lijkt zo makkelijk, zo'n tijdrit. Gewoon zo hard mogelijk van A naar B fietsen, zonder dat andere wielrenners je uit je ritme halen, je uitdagen, of op andere manier beïnvloeden. Toch is het rijden van een tijdrit heel erg moeilijk en zijn er zelfs heel veel profs die dit niet goed kunnen. Je kunt pas een goede tijdrit rijden, indien je zowel het parcours goed kent, als je eigen lichaam en je eigen kunnen goed kent. Je moet het parcours opdelen in een aantal stukken (niet teveel, want dan wordt het weer te moeilijk). Stel dat je een parcours hebt, met een vlakke, licht aflopende start. Gevolgd door een vlak gedeelte en als laatste een licht oplopende weg richting de finish. Deel zo'n tijdrit dan in drie delen op. Kijk vervolgens waar jezelf heel erg sterk in bent. Stel dat je goed vlak kunt fietsen. Je zou er dan voor kunnen kiezen op het middelste (vlakke) gedeelte alles uit de kast te halen. Je haalt daar dan optimale winst op je concurrenten. Op de overige gebieden moet je dan zo weinig mogelijk proberen in te leveren om een optimale eindpositie te bereiken. Als je bovenstaande strategie hanteert loop je een grote kans om totaal uitgeblust over de finish te komen. Immers, het stuk dat je goed ligt kost je heel erg veel energie, omdat je juist daar gigantisch wil scoren. Op de overige delen, die je toch al minder liggen, is er dan geen reserve meer over. Een andere, wellicht verstandigere aanpak zou zijn om niet te hard van start te gaan, maar hart genoeg om op ongeveer 90% van je kunnen te fietsen. Bij het middelste vlakke stuk zelfs iets terugnemen. Dat terugnemen gaat niet ten koste van tijdsverlies, immers dat vlakke stuk lag je goed. Door dat terugnemen heb je een heel klein beetje extra in het laatste gedeelte. Daar kun je dan voluit gaat om op zo'n moeilijker stuk geen verlies te incasseren (of zelfs iets uit te lopen). Natuurlijk is bovenstaande indeling fictief en zijn ook andere factoren van belang. Maar punt blijft dat er hoofdzakelijk twee zaken van invloed zijn: het parcours en je eigen kunnen (en niet-kunnen). Als je die goed kent, kun je een optimale tactiek uitstippelen. Of deze tactiek klopt of niet zul je niet snel weten. Belangrijk is wel om tijdens de uitvoering van die tactiek hier ook aan vast te houden. Of eventueel bij te stellen om de tactiek te kunnen blijven uitvoeren. Gaan rijden als kip-zonder-kop en dus zonder tactiek leidt er alleen toe dat je wellicht na de eerste drie kilometer van je tijdrit al helemaal in het rood zit en begint te verzuren.

Materiaal

Tijdens de grote rondes zien we allemaal tijdens de tijdrit de meest futuristische fietsen gebruikt worden. De profs laten niets aan het toeval over en hebben zowel de fiets als hun eigen houding vaak in een windtunnel getest. Voor ons, mindere goden, is dat natuurlijk niet weggelegd. We rijden op onze 'gewone' fiets. Toch kun je hier nog wel wat zaken aan regelen, waardoor je op z'n minst geen kostbare seconden laat liggen. Hieronder even een kort rijtje:

  • Een dicht wiel ziet er in elk geval snel uit en is dat ook, maar is voor de meesten van ons niet weggelegd. Niet getreurd, weet dat een dicht achterwiel pas werkt bij een totaal gemiddelde snelheid van ruim 40 kilometer per uur. De meeste leden van de Nederlandse wielerclubs halen dit gemiddelde bij lange na niet.
  • Pomp je banden net iets harder dan normaal. Dat beetje minder weerstand die dit oplevert, levert je een paar seconden tijdswinst op. Dit gaat natuurlijk ten koste van een stukje comfort, maar voor een keer kun je dat wel missen. Kijk wel uit als het wegdek nat is, want de hoeveelheid grip neemt ook af.
  • Als je van die mooie dunne overschoentjes hebt, dit helpt. De luchtweerstand gaat iets naar beneden.
  • Verwijder overtollige bidons. De gemiddelde tijdrit bij een wielerclub is zelden langer dan 20 kilometer. Dit moet met één bidon te doen zijn.
  • Als je, zonder dat het er echt belachelijk gaat uitzien, de gaten van je helm kunt dichtmaken, scheelt dit weer een paar seconden. Een tijdrithelm is natuurlijk nog mooier, maar is eigenlijk de investering niet waard.
  • Trek geen kleding aan die te ruim is. Een strak (net te klein) shirtje is voor een tijdrit ideaal. Een echt tijdritpak hebben we meestal toch niet.
  • Trek geen te warme kleding aan. Tijdens de tijdrit rij je constant voluit (of zo hard mogelijk), dus je gaat het warmer krijgen dan tijdens een gemiddelde fietstocht. Warmte belemmert je in je inspanning.
  • Ga niet sleutelen aan je versnellingen. Hetgeen je normaal rijdt is ook nu goed genoeg. Het eventueel er afhalen van een tandwiel is onzin. Dit levert geen gewichtsverschil op (nagenoeg niet) en de kans dat je problemen krijgt met schakelen onderweg is veel te groot.
  • Verwijder overtollige tasjes, houders, pompjes en dergelijke. Hou je fiets zo strak mogelijk. In het geval je toch lek rijdt, is je uitslag toch al totaal verloren, dus het ontbreken van een pompje is dan ook niet zo'n ramp meer.

Eten / Drinken

Aangezien je een maximale prestatie levert, moet je tijdens je tijdrit drinken. Stel dat je tijdrit 20 km lang is, dan rij je daar toch minstens een half uur over. Bij een maximale prestatie gedurende een half uur moet je een paar keer iets drinken om maximaal te kunnen blijven presteren. Neem hiervoor slechts één bidon mee. Een fiets zonder bidons is wel aerodynamischer, maar een super aerodynamische fiets met een fietser die niet maximaal kan presteren vanwege uitdroging is ook niet handig. Eten tijdens een dergelijke rit hoeft niet. Zorg dat je genoeg gegeten hebt voordat je begint (niet vlak voor je start) en dan kun je verder je energie weer bijvullen na je rit.

Meer weten

Meer informatie over tijdrijden vind je op www.tijdrijden.nl

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Zoeken

Sponsored Links